Bij de expositie in het Fries Museum over Gerrit Vlaskamp verschijnt een boek, dat door diverse deskundigen wordt geschreven. Ik had zo langzamerhand zo veel informatie over alle Vlaskampen, die niet in het boek bij de expositie passen, dat ik eerst een familiekroniek heb geschreven, die uitgegeven wordt door Koninklijke Van Gorcum: ACH ARME JELSKE of HET BAKJE VAN BEITSKE.
Jelske is de oudste zuster van Gerrit, die door haar familie naar Utrecht verbannen werd vanwege haar lichtzinnige gedrag. Beitske is de hardvochtige jongere zuster, die haar oudste zuster onterfde.
In het boek ook tuinoverpeinzingen en natuurlijk informatie over de tuinen van Gerrit.
Je kunt het beschouwen als een vervolg op FAN ROAZEN EN FRAMBOAZEWYN.
Op de omslag staat het portret van de vrouw van de opvolger van Gerrit: Greetje Westra.
De bedoeling is, dat het boek in mei zal verschijnen.
maandag 11 februari 2013
maandag 28 januari 2013
Voortgang van het project
Het was even stil van het Vlaskampfront, ik had computerproblemen, maar ze zijn opgelost.
De takken van de vorige blog zijn allemaal uitgekomen, dit is de magnolia, anders van kleur dan buiten, maar minstens zo mooi.
De kornoelje was de laatste, de forsythia bloeide binnen een week, de kornoelje na 3 weken.
Het Vlaskampproject vordert gestaag, de eerste opnamen voor de documentaire zijn gemaakt.
Het wachten is nu op de stinzenplanten.
Het Fries Landschapsbeheer is bijna klaar met de inventarisatie van de tuinen die 130 tot 150 jaar tuingeschiedenis redelijk hebben overleefd. Sommige eigenaren hebben plannen voor reorganisatie, het is belangrijk, dat ze de geschiedenis kennen opdat ze de tuinen in de sfeer van Gerrit Vlaskamp terug kunnen brengen. Als ze dat leuk vinden tenminste.
De familiekroniek is bijna klaar. Aan het boek bij de tentoonstelling in het Fries Museum wordt gewerkt door diverse deskundigen, al met al loopt alles naar wens.
De takken van de vorige blog zijn allemaal uitgekomen, dit is de magnolia, anders van kleur dan buiten, maar minstens zo mooi.
De kornoelje was de laatste, de forsythia bloeide binnen een week, de kornoelje na 3 weken.
Het Vlaskampproject vordert gestaag, de eerste opnamen voor de documentaire zijn gemaakt.
Het wachten is nu op de stinzenplanten.
Het Fries Landschapsbeheer is bijna klaar met de inventarisatie van de tuinen die 130 tot 150 jaar tuingeschiedenis redelijk hebben overleefd. Sommige eigenaren hebben plannen voor reorganisatie, het is belangrijk, dat ze de geschiedenis kennen opdat ze de tuinen in de sfeer van Gerrit Vlaskamp terug kunnen brengen. Als ze dat leuk vinden tenminste.
De familiekroniek is bijna klaar. Aan het boek bij de tentoonstelling in het Fries Museum wordt gewerkt door diverse deskundigen, al met al loopt alles naar wens.
maandag 7 januari 2013
Vroege lente
Vandaag aandacht voor onze eigen tuin, de kwekerij die gesticht is door Gabe Westra, de grootvader van Ids.
Het is geen kwekerij meer, Ids en zijn broer zagen hoe zwaar het kwekersleven was en in de zestiger jaren van de vorige eeuw was er geen droog brood mee te verdienen, dus ze kozen beide een ander vak. Maar de grond ligt er nog, dus we hebben een grote tuin.
Vandaag heb ik de Kerstspullen opgeruimd en daarna volgt altijd het zelfde ritueel.
Ik ga met een snoeimes de tuin in en knip allerlei takken, zo kunnen meteen de takken gesnoeid worden, die vreemd groeien. Die takken zet ik in grote vazen in de kamer en over een maand verschijnen overal groene blaadjes en de forsythia's en sierappels gaan bloeien.
Zo is het in februari al lente. Toen ik vandaag de rommel opruimde vielen me de prachtige kleuren van de takken op.
.
Het is geen kwekerij meer, Ids en zijn broer zagen hoe zwaar het kwekersleven was en in de zestiger jaren van de vorige eeuw was er geen droog brood mee te verdienen, dus ze kozen beide een ander vak. Maar de grond ligt er nog, dus we hebben een grote tuin.
Vandaag heb ik de Kerstspullen opgeruimd en daarna volgt altijd het zelfde ritueel.
Ik ga met een snoeimes de tuin in en knip allerlei takken, zo kunnen meteen de takken gesnoeid worden, die vreemd groeien. Die takken zet ik in grote vazen in de kamer en over een maand verschijnen overal groene blaadjes en de forsythia's en sierappels gaan bloeien.
Zo is het in februari al lente. Toen ik vandaag de rommel opruimde vielen me de prachtige kleuren van de takken op.
.
zaterdag 5 januari 2013
Coopersburg
Een paar dagen gelden was ik in
Akkrum, het was mooi weer, een goede gelegenheid om foto's te maken van
Coopersburg, ontworpen door Gabe Westra, de opvolger van Gerrit Vlaskamp. Gabes
moeder was Jitske Vlaskamp, een zuster van Gerrit.
Hij kreeg de opdracht van Folkert Harmens Kuipers, die geboren is in Akkrum. Kuipers is geëmigreerd naar Amerika en daar schatrijk geworden, hij noemt zich Frank Cooper. Een van de hoogtepunten in zijn carrière is een enorme wereldbazaar, die hij in New York met een compagnon laat bouwen.
Folkert mag schatrijk geworden zijn, hij trekt zich het lot van andermans ellende nog wel aan. Als hij bij zijn bejaarde vader in Akkrum logeert, ziet hij een oude blinde vrouw lopen, die geen enkele steun ontvangt. In het boekje ‘A krom, slordig reuzenwerk?’ van Willem Winters lees ik dat Kuipers toen zei: ‘Det kin sa net, det scil oars, sokke earme minsken moatte holpen wurde’. ‘Dat kan zo niet, dat moet anders, zulke arme mensen moeten worden geholpen’. Kuipers houdt woord, in 1900 legt zijn vader de eerste steen voor Coopersburg, een wooncomplex voor arme, oude mensen en Gabe mag de tuin aanleggen. Het is nog een prachtig monument, dat goed onderhouden wordt.De tekening van de tuin is niet bewaard gebleven, maar hij staat wel op een koektrommeltje.
Hij kreeg de opdracht van Folkert Harmens Kuipers, die geboren is in Akkrum. Kuipers is geëmigreerd naar Amerika en daar schatrijk geworden, hij noemt zich Frank Cooper. Een van de hoogtepunten in zijn carrière is een enorme wereldbazaar, die hij in New York met een compagnon laat bouwen.
Folkert mag schatrijk geworden zijn, hij trekt zich het lot van andermans ellende nog wel aan. Als hij bij zijn bejaarde vader in Akkrum logeert, ziet hij een oude blinde vrouw lopen, die geen enkele steun ontvangt. In het boekje ‘A krom, slordig reuzenwerk?’ van Willem Winters lees ik dat Kuipers toen zei: ‘Det kin sa net, det scil oars, sokke earme minsken moatte holpen wurde’. ‘Dat kan zo niet, dat moet anders, zulke arme mensen moeten worden geholpen’. Kuipers houdt woord, in 1900 legt zijn vader de eerste steen voor Coopersburg, een wooncomplex voor arme, oude mensen en Gabe mag de tuin aanleggen. Het is nog een prachtig monument, dat goed onderhouden wordt.De tekening van de tuin is niet bewaard gebleven, maar hij staat wel op een koektrommeltje.
dinsdag 1 januari 2013
Ik wens u allen een gelukkig en bovenal gezond 2013
Het wordt een spannend Vlaskampjaar in aanloop naar de Vlaskampexpositie in het Fries Museum in 2014 met een documentaire en een boek.
Op bovenstaande foto het Wilhelminapark in Sneek, aangelegd in 1898. De voogden van het Old burger Weeshuis wilden met het park een 'plezierig plekje voor iedereen scheppen'. Bij het honderdjarig bestaan in 1998 hebben Alice Booij en Douwe de Groot een fraai en zeer lezenswaardig boekje gemaakt over het park, misschien nog antiquarisch te krijgen.
Het ontwerp van het park is van Gerrit, maar de uitvoering liet hij over aan zijn opvolger Gabe Westra, de grootvader van mijn man. Gerrit was niet getrouwd, zijn zuster Jitske was getrouwd met Wybe Westra uit Hurdegaryp. Hun zoon Gabe werd de opvolger van Gerrit. Hij stichtte in 1896 de kwekerij, waar wij nu nog wonen. Gabes naam staat bij de bestelling in de boeken van Bosgra.
Op bovenstaande foto het Wilhelminapark in Sneek, aangelegd in 1898. De voogden van het Old burger Weeshuis wilden met het park een 'plezierig plekje voor iedereen scheppen'. Bij het honderdjarig bestaan in 1998 hebben Alice Booij en Douwe de Groot een fraai en zeer lezenswaardig boekje gemaakt over het park, misschien nog antiquarisch te krijgen.
Het ontwerp van het park is van Gerrit, maar de uitvoering liet hij over aan zijn opvolger Gabe Westra, de grootvader van mijn man. Gerrit was niet getrouwd, zijn zuster Jitske was getrouwd met Wybe Westra uit Hurdegaryp. Hun zoon Gabe werd de opvolger van Gerrit. Hij stichtte in 1896 de kwekerij, waar wij nu nog wonen. Gabes naam staat bij de bestelling in de boeken van Bosgra.
maandag 31 december 2012
Herstel
Piet Nieuwland wees me op een fout in mijn eerste stukje, ik laat Lambertus Vlaskamp in 1954 sterven, maar dan was hij 147 jaar oud geworden, dat moet natuurlijk zijn 1854.
Deze Lambertus was de kleinzoon van Lambartus, die uit Varsseveld vertrok.
Deze Lambertus was de kleinzoon van Lambartus, die uit Varsseveld vertrok.
Lambertus, geboren in 1807, had een boomkwekerij in Rinsumageest bij Dokkum en hij was aanlegger van tuinen. Hij werkte samen met tuinontwerper Lucas Roodbaard. Toen Roodbaard ouder werd, nam Lambertus het ontwerpen van tuinen van hem over. Roodbaard maakte de eerste tekeningen
voor het park bij Fogelsanghstate in Veenklooster, Lambertus de latere.
Helaas raakte Lambertus aan lager wal, hij werd failliet
verklaard. Het gezin verhuisde naar Helpman in Groningen. Toen Lucas Roodbaard in 1851
overleed, verschenen de volgende advertenties in de Noordelijke kranten.
Door het overlijden van den Heer Roodbaard , neemt L. Vlaskamp,
Architect, thans woonachtig in Helpman , bij Groningen, de vrijheid zich te
recommanderen tot het AANLEGGEN van BUITENPLAATSEN en TUINEN, alsmede tot het
maken van PLANNEN of TEEKENINGEN. Kan bewijzen van bekwaamheid leveren en
belooft een goede bediening.
De connecties met
Roodbaard waren kennelijk goed gebleven toen het slechter ging met Lambertus,
gezien de volgende advertentie:
KRUIWAGENS
Dezelfde, zal tevens verkoopen: ongeveer 50 KRUIWAGENS (pijpegaaltjes) met ijperen en eschen armen soo mede swaar beslag, behoord hebbende aan nu wijlen den heer L.P. Roodbaard.
Dezelfde, zal tevens verkoopen: ongeveer 50 KRUIWAGENS (pijpegaaltjes) met ijperen en eschen armen soo mede swaar beslag, behoord hebbende aan nu wijlen den heer L.P. Roodbaard.
Het mocht allemaal niet baten, het ging steeds slechter met
Lambertus. De familie verhuisde naar het Kattendiep en in 1854 ging het
helemaal mis, hij kwam als landloper in Veenhuizen terecht en is daar al na
drie maanden op 47 jarige leeftijd overleden.
Tijdens een cholera-epidemie stierven dat jaar 444 mensen in
Veenhuizen. Zijn vrouw Antje was vlak voor de opname van Lambertus in
Veenhuizen verhuisd naar Hurdegaryp. Ze bleef achter met acht kinderen. De
oudste zoon Gerrit (1834-1906) was twintig toen zijn vader stierf . Gerrit
werkte vermoedelijk al bij zijn vader, want hij hij pakte de draad op en werd
ook aanlegger van tuinen.
Gronings groen van toen
Gister in Groningen een alleraardigst boekje gekocht: 'Gronings groen van toen' geschreven door diverse auteurs, uitgegeven door 'Gras Uitgevers'.
Maar de Groningers geloven nog steeds niet, dat park Groenestein een ontwerp is van
De boeken van Bosgra beginnen in 1861, dus de periode 1850 tot 1861 moeten we in archieven achterhalen, soms lukt dat zoals met de tuin van Hommes, de tekening lag in het Groninger archief.
Het gaat over het oude groen in de stad Groningen. Lambertus Vlaskamp, de vader van Gerrit, wordt keurig genoemd als de ontwerper van de zgn. ' Tuin van Hommes'.
Het gaat om een tuin bij het huis aan de Nieuweweg 12 in Groningen. Tot 1850 was jonkheer mr. Oncko van Swinderen ( 1775-1850) de eigenaar. Na zijn dood betrokken een zoon en een schoondochter het huis: Wicher Meynart de Marees van Swinderen en Johanna Margaretha van Swinderen. Aangezien Lambertus van 1849 tot 1854 in Groningen gewerkt heeft, is het meest logische dat het jonge echtpaar een tuin liet aanleggen toen ze het huis betrokken.
Gerrit Vlaskamp. Er wordt weer gesproken over hovenier/architect Gerrit Vlaskamp, die de beplanting heeft geleverd. Gerrit had geen hoveniersbedrijf, hij ontwierp tuinen, bestelde de bomen en struiken bij boomkwekerij Bosgra en begeleidde de uitvoering. Zijn opdrachtgever voor park Groenestein was jonkheer Quintus. Hij heeft ook voor commissaris van de koningin Van Panhuys en voor andere hooggeplaatste personen en rijke boeren in Groningen de tuinen ontworpen. Zelfs toen de gemeente Uithuizen het kerkhof opnieuw wilde aanleggen liet met Vlaskamp komen, want: Dan wist men dat het goed kwam.
Tineke Scholtens, mijn helaas dit jaar overleden stut en toeverlaat wat de Groningse tuinen betreft, vermoedde zelfs dat de Boumanshof, in 1850 De hof van Iddiken genoemd, ook een Vlaskamptuin was, maar zolang dat niet blijkt uit archiefstukken blijft het een vermoeden.
Maar de Groningers geloven nog steeds niet, dat park Groenestein een ontwerp is van
De boeken van Bosgra beginnen in 1861, dus de periode 1850 tot 1861 moeten we in archieven achterhalen, soms lukt dat zoals met de tuin van Hommes, de tekening lag in het Groninger archief.
Het gaat over het oude groen in de stad Groningen. Lambertus Vlaskamp, de vader van Gerrit, wordt keurig genoemd als de ontwerper van de zgn. ' Tuin van Hommes'.
Het gaat om een tuin bij het huis aan de Nieuweweg 12 in Groningen. Tot 1850 was jonkheer mr. Oncko van Swinderen ( 1775-1850) de eigenaar. Na zijn dood betrokken een zoon en een schoondochter het huis: Wicher Meynart de Marees van Swinderen en Johanna Margaretha van Swinderen. Aangezien Lambertus van 1849 tot 1854 in Groningen gewerkt heeft, is het meest logische dat het jonge echtpaar een tuin liet aanleggen toen ze het huis betrokken.
Gerrit Vlaskamp. Er wordt weer gesproken over hovenier/architect Gerrit Vlaskamp, die de beplanting heeft geleverd. Gerrit had geen hoveniersbedrijf, hij ontwierp tuinen, bestelde de bomen en struiken bij boomkwekerij Bosgra en begeleidde de uitvoering. Zijn opdrachtgever voor park Groenestein was jonkheer Quintus. Hij heeft ook voor commissaris van de koningin Van Panhuys en voor andere hooggeplaatste personen en rijke boeren in Groningen de tuinen ontworpen. Zelfs toen de gemeente Uithuizen het kerkhof opnieuw wilde aanleggen liet met Vlaskamp komen, want: Dan wist men dat het goed kwam.
Tineke Scholtens, mijn helaas dit jaar overleden stut en toeverlaat wat de Groningse tuinen betreft, vermoedde zelfs dat de Boumanshof, in 1850 De hof van Iddiken genoemd, ook een Vlaskamptuin was, maar zolang dat niet blijkt uit archiefstukken blijft het een vermoeden.
Abonneren op:
Posts (Atom)




